Zomer zonder zwembad
We gooien onze hoofden in onze nek als we lachen en zijn ontstellend jaloers op Belgische achternamen. We zullen niet winnen van de meisjes met blonde haren. Want zo voelt het.
''De zon en de maan liggen zo dichtbij als je kijkt naar de dagen van de week'', ik kon het maar niet begrijpen. We zoeken allemaal een hand om in te knijpen.
Zomer zonder zwembad, parasols waaronder thee wordt gedronken, een geliefde die haar volpompt met baby's. De manier waarop hij 'mijn vriendin' zegt. Alsof ze zijn eigendom is.
Ik kwam tussen beide.
''Je moet er niet naar kijken'' zei ze, ''anders gaat het pijn doen''. Een kortstondige ervaring met de dood zonder er zelf aan te sterven. Zinken of zwemmen.
woensdag 19 oktober 2016
zondag 9 oktober 2016
9 Oktober
Dag mama,
Stond ik zomaar boodschappen te doen in de supermarkt, terwijl je er vandaag alweer 7 jaar niet meer bent. Het is lastig te behappen dat de dingen doorgaan. Vooral omdat het me 7 jaar lang zo goed is gelukt. Maar het is een keertje op.
Ik schrijf je omdat het niet zo goed met me gaat. De laatste tijd moet ik veel huilen. Vaak huil ik dan om jou. Ik ben moe, en ook moe van het moe zijn. De kleur is er wel een beetje af hier. De dagen duren lang en vragen veel van me. Het is lastig om een plek te vinden om uit te rusten. De dingen die ik om me heen zie maken me erg verdrietig, de mensen irriteren me. Waren we maar samen verloren gegaan.
Ik woon in Arnhem maar het is mijn thuis niet. Als ik dan in Dieren ben, en blootsvoets over onze dode moeder trap loop, en papa boven hoor rommelen, lijkt het alsof de stukjes niet meer passen. Het is een onrustig gevoel, een zware deken.
Maar ik ben zoveel, zoveel extra, van papa en Robin gaan houden, hé mama. Dat is toch wel iets moois, wat uit deze ellende is voort gevloeid. Ik kan het je niet uitleggen, maar ik weet dat je begrijpt wat ik bedoel.
Ik ga ook met iemand praten, ja het is zover. Alles wat eruit kan zal ik er uit trekken als het moet. .
En mam, kom toch gerust eens spoken hier. De deur staat voor je open. Kruip dan naast me in bed, in een treintje, zoals we dat altijd deden.
Nu mis ik jou, zoals ik eigenlijk jou altijd missen wou.
Stond ik zomaar boodschappen te doen in de supermarkt, terwijl je er vandaag alweer 7 jaar niet meer bent. Het is lastig te behappen dat de dingen doorgaan. Vooral omdat het me 7 jaar lang zo goed is gelukt. Maar het is een keertje op.
Ik schrijf je omdat het niet zo goed met me gaat. De laatste tijd moet ik veel huilen. Vaak huil ik dan om jou. Ik ben moe, en ook moe van het moe zijn. De kleur is er wel een beetje af hier. De dagen duren lang en vragen veel van me. Het is lastig om een plek te vinden om uit te rusten. De dingen die ik om me heen zie maken me erg verdrietig, de mensen irriteren me. Waren we maar samen verloren gegaan.
Ik woon in Arnhem maar het is mijn thuis niet. Als ik dan in Dieren ben, en blootsvoets over onze dode moeder trap loop, en papa boven hoor rommelen, lijkt het alsof de stukjes niet meer passen. Het is een onrustig gevoel, een zware deken.
Maar ik ben zoveel, zoveel extra, van papa en Robin gaan houden, hé mama. Dat is toch wel iets moois, wat uit deze ellende is voort gevloeid. Ik kan het je niet uitleggen, maar ik weet dat je begrijpt wat ik bedoel.
Ik ga ook met iemand praten, ja het is zover. Alles wat eruit kan zal ik er uit trekken als het moet. .
En mam, kom toch gerust eens spoken hier. De deur staat voor je open. Kruip dan naast me in bed, in een treintje, zoals we dat altijd deden.
Nu mis ik jou, zoals ik eigenlijk jou altijd missen wou.
dinsdag 4 oktober 2016
Ik ben een slechte vriendin. Laat niks van me horen totdat iemand er naar vraagt, en meen het niet wanneer ik de bal terugkaats. Ik interesseer me weinig in andermans interesses. Ik trek aan maar duw weg. Ik ben ongeduldig. Ik verwaarloos mijn hoofd en verwater mijn vriendschap. Ik kan het op leeftijd afschuiven, het wie/wat/waar ben ik, de nu-generatie. Maar er is een groter verdriet wat nog ergens in mij schuilt, en ik kan er niet voor weg blijven lopen, doen alsof het er niet is.
Dus bij deze sorry. Sorry dat ik het nooit meen als ik vraag hoe het gaat. Sorry dat ik nooit eerlijk antwoord geef. Sorry dat ik in halve zinnen spreek. Sorry dat jullie altijd zo lang moeten wachten met mij, en zo geduldig moeten zijn. Sorry dat ik afzeg. Sorry dat ik geen zin heb, of geen zin kan maken. Sorry dat ik mezelf niet ben. Sorry dat ik mezelf in de schemer zet, terwijl ik best een stap opzij kan doen, of in ieder geval het licht wat minder kan dimmen. Sorry dat het zo vaak om mij gaat. Sorry voor mijn bagage. Sorry voor het ongevraagd opzadelen. Sorry dat ik zo moe ben. Sorry dat ik wegkruip. Sorry dat ik jullie soms tussen de uren prop om jullie gezien te hebben, om elkaar even bij te kletsen, om jullie te laten passen in mijn planning. Dat is niet eerlijk, jullie horen geen tijdstippen in mijn agenda te zijn. Sorry dat jullie dat wel werden.
Sorry dat ik moe ben. Sorry dat ik vermoeiend ben. Sorry voor het vele praten. Sorry voor het niet goed luisteren. Sorry dat dit zo lang heeft moeten duren.
Ik heb spijt, nu zelfs teveel. Daarom zoveel sorry. Sorry daarvoor.
Maar ik ben jullie niet vergeten. Ik weet jullie namen nog bij jullie hoofden. Geloof het of niet maar ik denk veel aan jullie, en aan wat ik eigenlijk zou moeten doen, maar af laat weten. God dank hebben we de foto's nog, jullie zijn voor- en achternamen in mijn dagboek, ergens onder een datum, vaak met een leuke anekdote erbij. Gelukkig dat mijn herinneringen er nog zijn. Gelukkig dat ik nog weet hoe het eerst was. Gelukkig ben ik er nog. Gelukkig zijn jullie er nog. Gelukkig heb ik nog niet opgegeven. Gelukkig heb jij nog niet opgegeven. Gelukkig hebben we elkaar nog. Gelukkig is er tijd. Gelukkig is het niet te laat.
Dus bij deze sorry. Sorry dat ik het nooit meen als ik vraag hoe het gaat. Sorry dat ik nooit eerlijk antwoord geef. Sorry dat ik in halve zinnen spreek. Sorry dat jullie altijd zo lang moeten wachten met mij, en zo geduldig moeten zijn. Sorry dat ik afzeg. Sorry dat ik geen zin heb, of geen zin kan maken. Sorry dat ik mezelf niet ben. Sorry dat ik mezelf in de schemer zet, terwijl ik best een stap opzij kan doen, of in ieder geval het licht wat minder kan dimmen. Sorry dat het zo vaak om mij gaat. Sorry voor mijn bagage. Sorry voor het ongevraagd opzadelen. Sorry dat ik zo moe ben. Sorry dat ik wegkruip. Sorry dat ik jullie soms tussen de uren prop om jullie gezien te hebben, om elkaar even bij te kletsen, om jullie te laten passen in mijn planning. Dat is niet eerlijk, jullie horen geen tijdstippen in mijn agenda te zijn. Sorry dat jullie dat wel werden.
Sorry dat ik moe ben. Sorry dat ik vermoeiend ben. Sorry voor het vele praten. Sorry voor het niet goed luisteren. Sorry dat dit zo lang heeft moeten duren.
Ik heb spijt, nu zelfs teveel. Daarom zoveel sorry. Sorry daarvoor.
Maar ik ben jullie niet vergeten. Ik weet jullie namen nog bij jullie hoofden. Geloof het of niet maar ik denk veel aan jullie, en aan wat ik eigenlijk zou moeten doen, maar af laat weten. God dank hebben we de foto's nog, jullie zijn voor- en achternamen in mijn dagboek, ergens onder een datum, vaak met een leuke anekdote erbij. Gelukkig dat mijn herinneringen er nog zijn. Gelukkig dat ik nog weet hoe het eerst was. Gelukkig ben ik er nog. Gelukkig zijn jullie er nog. Gelukkig heb ik nog niet opgegeven. Gelukkig heb jij nog niet opgegeven. Gelukkig hebben we elkaar nog. Gelukkig is er tijd. Gelukkig is het niet te laat.
maandag 19 september 2016
Lang geleden dat ik je schreef, maar hier zijn we opnieuw. Het gaat niet goed. Het is ongelooflijk vermoeiend om met je armen te zwaaien terwijl je zinkt. Gek genoeg is het altijd deze periode van het jaar die me zo ontzettend op de kop geeft, terwijl ik me juist zo kan verliezen in de schoonheid van het loslaten. Misschien is dat het, mezelf verliezen. Niet weten waar je het moet zoeken, laat staan vinden.
Ik weet nu dat ik niet gelukkig ben. Ik weet nu dat ik me alleen voel, alleen ben.
Als ik bij papa ben dan herinner ik, en huil ik. Dan wilt mijn lichaam rouwen maar gaat het leven door. Zoals eerder. Maar toen vond ik het niet erg. Toen moest ik dingen doen: zorgen, resultaten behalen, centjes verdienen.
Nu wil ik rouwen, maar gaat het leven door. Zoals eerder. Maar nu vind ik het erg. Nu moet ik dingen doen: weer naar Arnhem, weer naar dat rothuis, weer alleen in mijn kamer, voor mezelf zorgen, resultaten behalen, concentreren, bijverdienen, sociale contacten behouden.
Naar Arnhem gaan voelt als vluchten voor wat ik nu kan verwerken. Vluchten voor het voelen. Vluchten voor datgene waarvan ik bang was dat ik het niet meer kon: huilen. En nu wil ik huilen.
Vluchten naar Arnhem. Niet meer zoals eerst: leuk, gezellig, uitgaan, nachtleven, lachen, dansen, nog meer lachen, niet aan thuis denken, aan mezelf denken, geld uitgeven, vriendenkring opbouwen, niemand teleurstellen.
Het enige wat ik nu wil is wakker worden in mijn oude bed, terwijl het buiten koud is, en ik het bos in kan gaan. Wandelen, kijken, ruiken. Dan weer thuiskomen, thuiskomen bij papa. Lezen, televisie kijken, huilen. Samen koken, samen eten. Praten, herinneren, glimlachen, en een traan laten. En dan weer slapen. Dan weer slapen.
Ik weet nu dat ik niet gelukkig ben. Ik weet nu dat ik me alleen voel, alleen ben.
Als ik bij papa ben dan herinner ik, en huil ik. Dan wilt mijn lichaam rouwen maar gaat het leven door. Zoals eerder. Maar toen vond ik het niet erg. Toen moest ik dingen doen: zorgen, resultaten behalen, centjes verdienen.
Nu wil ik rouwen, maar gaat het leven door. Zoals eerder. Maar nu vind ik het erg. Nu moet ik dingen doen: weer naar Arnhem, weer naar dat rothuis, weer alleen in mijn kamer, voor mezelf zorgen, resultaten behalen, concentreren, bijverdienen, sociale contacten behouden.
Naar Arnhem gaan voelt als vluchten voor wat ik nu kan verwerken. Vluchten voor het voelen. Vluchten voor datgene waarvan ik bang was dat ik het niet meer kon: huilen. En nu wil ik huilen.
Vluchten naar Arnhem. Niet meer zoals eerst: leuk, gezellig, uitgaan, nachtleven, lachen, dansen, nog meer lachen, niet aan thuis denken, aan mezelf denken, geld uitgeven, vriendenkring opbouwen, niemand teleurstellen.
Het enige wat ik nu wil is wakker worden in mijn oude bed, terwijl het buiten koud is, en ik het bos in kan gaan. Wandelen, kijken, ruiken. Dan weer thuiskomen, thuiskomen bij papa. Lezen, televisie kijken, huilen. Samen koken, samen eten. Praten, herinneren, glimlachen, en een traan laten. En dan weer slapen. Dan weer slapen.
zondag 12 juni 2016
Frank Zappa & Steve Vai - Fuck yourself
Naast dat dit nummer twee geweldige muzikanten en een retegoeie tekst
verpakt, kleeft er ook nog een hele leuke herinnering aan die ik graag
met jullie deel in de vorm van een klein verhaaltje.
--
--
Golfpark Lelystad
We passeren een stel antropogene grasduinen, wat een golfbaan blijkt te zijn. Daarna volgt een grote kooi met een muur en een net erin, die als functie draagt badminton, tennis, ping-pong of een andere sport die slaan vereist uit te oefenen. Papa mindert zijn snelheid. De wijk is lang. Tussen de verkaveling en mij zit slechts een autodeur, maar ik heb mijn raampje naar beneden gerold. Mijn vader lijkt niet alleen op Frank Zappa, hij luistert het ook. De stoffige autoradio speelt ''Fuck yourself''. Iedereen hier heeft een voor- en achtertuin, met zo'n automatische grasmaaier en om de meter een sproeikop die boven perfect gemillimeterde sprieten uitsteekt. Het enige wat nog mist zijn een roze flamingo en een krant op de oprit. Verder heeft de Amerikanisering hier wel hoge ogen gegooid. Ik tel bij elk huis 2 garagedeuren en 3 auto's. Dat zijn dus 2 die kilometers maken en één voor de show. ''Wat een overdreven bedoeling zeg, misselijkmakend gewoon..'' zucht ik uit. Papa heeft tussen zijn lippen een peuk geklemd en grijnst. Hij zet de muziekspeler harder. De snelheidsmeter schiet omhoog en de muziek is nu in de hele buurt hoorbaar: ''Fuck yourself with your neighbor's nose, if you can't use that, use a ten-foot pole, stick it up your ass and go for a stroll, everyone will know you've been to the show''.
We passeren een stel antropogene grasduinen, wat een golfbaan blijkt te zijn. Daarna volgt een grote kooi met een muur en een net erin, die als functie draagt badminton, tennis, ping-pong of een andere sport die slaan vereist uit te oefenen. Papa mindert zijn snelheid. De wijk is lang. Tussen de verkaveling en mij zit slechts een autodeur, maar ik heb mijn raampje naar beneden gerold. Mijn vader lijkt niet alleen op Frank Zappa, hij luistert het ook. De stoffige autoradio speelt ''Fuck yourself''. Iedereen hier heeft een voor- en achtertuin, met zo'n automatische grasmaaier en om de meter een sproeikop die boven perfect gemillimeterde sprieten uitsteekt. Het enige wat nog mist zijn een roze flamingo en een krant op de oprit. Verder heeft de Amerikanisering hier wel hoge ogen gegooid. Ik tel bij elk huis 2 garagedeuren en 3 auto's. Dat zijn dus 2 die kilometers maken en één voor de show. ''Wat een overdreven bedoeling zeg, misselijkmakend gewoon..'' zucht ik uit. Papa heeft tussen zijn lippen een peuk geklemd en grijnst. Hij zet de muziekspeler harder. De snelheidsmeter schiet omhoog en de muziek is nu in de hele buurt hoorbaar: ''Fuck yourself with your neighbor's nose, if you can't use that, use a ten-foot pole, stick it up your ass and go for a stroll, everyone will know you've been to the show''.
zondag 22 mei 2016
vrijdag 4 maart 2016
Abonneren op:
Posts (Atom)








