Aisi schrijft

zaterdag 30 augustus 2014

Een loempia uit het vuistje

Zaterdagmiddag, 12:22. Op het aanrecht in de keuken warmt de friteuse zich op. Ik vond loempia's in het vriesvak. Buiten wordt er gehuild, een traan glijdt langs mijn raam. Mijn haar is nat en koud. Als een ineen geklompen plak hangt het in een staart over mijn rug. Ik ril. Even haal ik mijn neus op. Krijg ik griep? Men zegt dat het heerst. Want de dochter van een vriend van mijn baas heeft het ook al flink te pakken. Zo doet het virus zich de ronde. Met koorts op bed, werd er gezegd. Liever geen griep, dat komt niet zo uit. En even verhul ik mijn neus in een zakdoek.

12:34. Is die pan al warm? Wie zal het zeggen. Mijn maag roept. Mijn hoofd weigert. Het is net alsof dat langzaam opwarmende, stroperige vet perfect in de buurt komt van hoe ik me voel. Waardeloos en troebel.
Niet aan denken.

Buiten fietst een vrouw. Met haar polyester mantel en capuchon, ontwijkt ze de dikke tranen die uit de lucht komen vallen. Een rustig tafereel, en toch met wat dynamiek.

De loempia's zijn warm. Heet! En ik brand mijn tong. En nu ook mijn vingers. Ik leer het ook nooit. Ik hannes wat met een papieren servet. Opnieuw werp ik een blik uit het venster. Dikke druppels rollen langs het glas naar beneden. Ik kijk op tafel, maar er is geen tweede papieren vernuft aanwezig. Ik zou de lucht nu zo graag even troosten. In plaats daarvan neem ik nog maar een hap van mijn Oosters genot, dat past in één hand. Uit het vuistje, noemen we dat.


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen